De ESSENTIE van de Srimad Bhagavad Gita

Essentie van Śrīmad Bhagavad-gītā

Essentie van de Srimad Bhagavad Gita

dhṛtarāṣṭra uvāca–
dharma-kṣetre kurukṣetre , samavetā yuyutsavaḥ , māmakāḥ pāṇḍavāś caiva , kim akurvata sanjaya

Dhṛtarāṣṭra zei: O Saṅjaya, wat deden mijn zonen en de zonen van Pāṇḍu, nadat ze zich hadden verzameld op het heilige land van Kurukṣetra, verlangend te vechten?

ahaṁ sarvasya prabhavo , mattaḥ sarvaṁ pravarttate , iti matvā bhajante māṁ , budhā bhāva-samanvitāḥ

Ik ben de bron van zowel de gewone als de spirituele werelden. Alles komt uit Mij voort. De wijzen die dit goed weten houden zich bezig met Mijn bhajana met bhāva in hun harten.

mac-cittā mad-gata-prāṇā , bodhayantaḥ parasparam , kathayantaś ca māṁ nityaṁ , tuṣyanti ca ramanti ca

Degenen van wie de geest verzonken is in Mij en wiens levens hartgrondig zijn toegewijd aan Mijn dienst, ontlenen grote voldoening en gelukzaligheid aan het voortdurend verlichten van elkaar over Mijn tattva en door kīrtana van Mijn nāma, rūpa, guṇa en līlā te verrichten.

teṣāṁ satata-yuktānāṁ , bhajatāṁ prīti-pūrvakam , dadāmi buddhi-yogaṁ taṁ , yena mām upayānti te

Aan degenen die bhajana aan Mij verrichten met liefde, smachtend naar Mijn eeuwige associatie, schenk Ik de transcendentale kennis waarmee ze tot Mij kunnen komen.

teṣām evānukampārtham, aham ajnāna-jaṁ tamaḥ , nāśayāmy ātma-bhāva-stho , jnāna-dīpena bhāsvatā

Enkel uit mededogen voor deze ananya-bhakta’s vernietig Ik, die in de kern van hun harten verblijf, met de laaiende lamp van transcendentale kennis, de duisternis van saṁsāra, die ontstaan is uit onwetendheid.

man-manā bhava mad-bhakto , mad-yājī māṁ namaskuru , mām evaiṣyasi satyaṁ te , pratijāne priyo ‘si me

Offer je geest aan Mij; word Mijn bhakta door te horen en chanten, etc., over Mijn namen, gedaantes, eigenschappen en spel en vermaak; aanbid Mij en breng eerbetuigingen aan Mij. Op deze manier, zul je zeker tot Mij komen. Ik beloof je dit oprecht omdat je Me zeer dierbaar bent.

yatra yogeśvaraḥ kṛṣṇo , yatra pārtho dhanurdharaḥ , tatra śrīr vijayo bhūtir , dhruvā nītir matir mama

Daar waar Śrī Kṛṣṇa, de meester van alle yoga, is, en daar waar Pārtha, de gebruiker van de boog, is, zal zeker weelde, onverwinning, voorspoed en rechtvaardigheid zijn. Dit is mijn uitgesproken mening.

No comments yet.

Leave a Reply