Het festival van Sri Krishna’s geboorte

Teksten uit Srila Baladeva Vidyabhusana’s Sri Aisvarya-kadambini

Tekst 1
Heer Krishna met de lotusogen, de meester van alle transcendentale rijkdom en glorie, ging Maharaja Vasudeva binnen en verscheen voor Maharaja Nanda. Geleerd en verheven gaven Vasudeva en Nanda Heer Krishna aan hun vrouwen, die Hem bei­den voor hun zoon hielden.

Tekst 2
Vanwege Heer Krishna’s binnenkomst in hun baar­moeders, werden de twee vriendinnen Devaki en Yasoda heel mooi. Schitterend als de bliksem bracht­en ze de vrome toegewijden in verrukking en pijnig­den ze de afgunstige demonen.

Tekst 3
Toen Heer Mukunda (Krishna) in deze wereld ver­scheen, weerklonken de muziekinstrumenten vanzelf en bloeiden de bomen en de bloemen; ook de geesten en harten van de brahmanen en toegewijden bloeiden van vreugde.

Tekst 4
Op de achtste nacht van de nieuwe maan, om mid­dernacht, toen de ster Rohini vlakbij de maan was, baarde de koningin van Vraja gemakkelijk een tweel­ing: Heer Hari en de godin Durga. Op hetzelfde ogenblik baarde Devaki één kind: Heer Hari. Toen Heer Hari zo verscheen, raakten de toegewijden, die zuiver van hart waren, vervuld van vreugde.

Tekst 5
Toen Vasudeva zijn zoon zag en wist dat Hij de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods was, raakte hij vervuld van vreugde en gaf, in zijn geest, uit lief­dadigheid miljoenen koeien weg. Omdat hij bang was voor Kamsa, droeg Vasudeva zijn zoon die gren­zeloos veel macht bezat snel naar het huis van zijn broer, de koning van Vraja.

Tekst 6
Vasudeva plaatste zijn eigen zoon in Nanda’s huis, nam Yasoda’s dochter en gaf haar aan koning Kamsa. Door Heer Krishna’s onvoorstelbare macht werden de twee Krishna’s die afzonderlijk geboren waren uit Devaki en Yasoda, één klein kind.

Tekst 7
De koning van Vraja hoorde van zijn metgezellen over de geboorte van zijn zoon, die waarlijk de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods was. Overstelpt met vreugde kleedde de koning zich met kostbare gewaden en sieraden en liet hij de beste van de brah­manen de geboorteceremonie verrichten volgens de regels van de sruti-shastra (veda’s).

Tekst 8
Nanda Maharaja was van nature gul en vol van vertrouwen in de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Hij was buiten zijn zinnen van vreugde vanwege de feestelijke viering van de geboorte van zijn zoon en gaf daarom uit liefdadigheid twee miljoen prachtig versierde koeien met hun kalveren aan de brahmanen.

Tekst 9
Nanda Maharaja gaf aan de brahmanen zeven heuvels van graan, veel juwelen, gouden sieraden en kostbare gewaden. Alle koeien waren voor de gele­genheid zorgvuldig versierd. Vraja was zeer ver­baasd.

Tekst 10
De brahmanen, suta’s, magadha’s en vandi’s reciteerden heilrijke gebeden. Er werd op muziekin­strumenten gespeeld en er werd prachtig gezongen en gedanst.

Tekst 11
De koeherders raakten vol vreugde toen ze over de heilrijke transcendentale eigenschappen van de zoon van Nanda Maharaja hoorden. Mooi gekleed, behangen met gesteende sieraden en met waardevolle geschenken in hun handen gingen ze vol geestdrift naar het huis van de koning van Vraja.

Tekst 12
De vrouwen van de stad van Vrajapura, bekleed met prachtige kleurrijke gewaden, mooie oorringen met juwelen, enkelbellen, grote halskettingen en met geschenken in hun handen, kwamen naar het paleis van de koning met een intens verlangen om Heer Krishna te zien.

Tekst 13
Terwijl ze hun stemmen versierden met het roepen van “Jaya!” (“Hulde!”), sprenkelden de mensen van Vraja ghee, yoghurt en kurkuma. Brahma, Shiva, Sanaka-kumara en alle halfgoden dansten op de bin­nenplaats van de koning alsof ze gek van vreugde waren.

Tekst 14
Met een hart vol vreugde verwelkomde de koning van Vraja zijn vrienden en verwanten en gaf hen geschenken – vele onschatbare sieraden met juwelen, kostbare gewaden, geurige wierook en parfum – en vervulde zo al hun wensen.

Tekst 15
Nanda Maharaja gloeide van geluk vanwege de vier­ing van de geboorte van zijn zoon. Hij zette de deuren van zijn schatkamer wijd open en gaf zonder beperking geschenken uit liefdadigheid. De bede­laars, die in een vloed van geluk verdronken, prezen luid de liefdadigheid van de koning, die al hun wensen vervulde.

Tekst 16
Aanvankelijk ervoeren de koning van Vraja en zijn onderdanen beperkt geluk, maar toen het kind Krishna, de Allerhoogste Heer, arriveerde, ging ieders geluk onmiddellijk alle grenzen te buiten.

Tekst 17
Na Krishna kwamen Sri Balarama, Sridama, Ujjvala en vele andere kinderen. Deze jongens schitterden dat het een lust was en hierdoor leek Vraja op de top van een berg juwelen.

Tekst 18
Gevuld met transcendentale glorie en rijkdom, vulden Govinda en de andere jongens de huizen van de fortuinlijke koeherders met vreugde. Aan het hoofd van de koeherders stond Maharaja Nanda in Vrajabhumi.

Tekst 19
Zelfs al is Heer Krishna, de zoon van Maharaja Nanda, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en het uiteindelijke doel van alle levende wezens, toch vindt Hij dat het allerhoogste doel van Zijn leven Sri Radha is, die onbeschrijflijk mooi is, talloze tran­scendentale eigenschappen heeft en die in de heilige plaats Vraja verscheen als de dochter van Kirtida-devi.

Tekst 20
Op het moment van het festival van Sri Radha’s geboorte gaven zelfs de gebeden van de grote halfgoden de wereld geen voldoening. Toen de vrouwen van Vraja de heilrijke tekens op Haar lotusvoeten zagen, raakten ze er allemaal van overtuigd dat dit meisje de godin van het geluk was.

Tekst 21
Wanneer dichters Sri Radha trachten te beschrijven, raken ze gevuld met ontzag en berispen ze met luide stem de maan, de lotus en de andere mooie dingen van deze aarde. Door constant te mediteren op Sri Radha en door haar herhaaldelijk eerbetuigingen te brengen, raken de harten van deze dichters vervuld van een intens geluk.

 Tekst 22
Alle soorten van transcendentale glorie en rijkdom manifesteren zich uit Sri Radha’s zijdelingse blik; zelfs Heer Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, is niet in staat ze allemaal te beschrijven.

Tekst 23
Sri Radha’s vriendinnen, die haar met kennis van zaken dienen en van wie de schoonheid, deugd en transcendentale eigenschappen op de Hare lijken, verschenen toen in de hoofdstad van de koning van Vraja in de huizen van de beste koeherders.

No comments yet.

Leave a Reply