Ramnavami donderdag 2 april 2020

Beste mensen, Jai Sri Rama!

Donderdag 2 april 2020 is de verschijningsdag van Heer Rama. Wij hopen dat jullie zullen genieten van deze lezing die Srila Narayana Gosvami Maharaja een paar dagen voor de verschijningsdag van Heer Rama gaf op 11 April, 2003 in Mathura.

Wie is Sri Rama? Hij is Krsna Zelf, en Sita is Radhika Zelf. Teneinde de principes van maryada, regulerende etiquette, in te stellen, verscheen Krsna in de gedaante van Sri Rama. Zijn metgezellen verschenen ook in Rama-lila. Gopisvara Mahadeva manifesteerde als Hanuman en Baladeva verscheen als Laksmana. Satrugna en Bharata zijn ook manifestaties van Krsna omdat ze Zijn wapens zijn. Zij zijn respectievelijk Sanka en Cakra. Sri Caitanya Mahaprabhu Zelf las en verheerlijkte het spel en vermaak van Sri Rama.

Valmiki heeft het spel en vermaak van Rama zeer uitvoerig beschreven. Hij was een siddha mahatma, een gerealiseerde ziel. Populaire Indiase verhalen zeggen dat hij in zijn vorige leven een rover was, en dat hij mensen doodde voor de kost.

Eens ontmoette hij Narada Rsi en door die ontmoeting was zijn hart getransformeerd en werd hij een sadhu. Volgens de geschriften was Valmiki eigenlijk de zoon van een grote rsi. Hij verrichtte een lange periode ascese en daardoor werd hij perfect. Een van zijn discipels, een erg beroemde rsi, werd Bharadraja genoemd. Ooit gingen ze samen een bad nemen in de rivier. nadat Valmiki zijn bad had genomen, zag hij een mannelijke en vrouwelijke krauncha vogel (soort kraanvogel) in een boom zitten. Een jager raakte de mannetjesvogel met zijn boog, doodde hem, en de vogel viel uit de boom. Valmiki werd boos en vervloekte deze jager spontaan, “Hoe wreed ben jij! Hoe kun je dit nu doen? Moge al je geluk weggaan, en dat je nooit meer gelukkig mag zijn in je leven.”

Toen Valmiki terugkeerde naar zijn asrama, dacht hij, “Waarom ben ik zo boos geworden? Ik hoor een rsi te zijn en controle over mijn zintuigen te hebben. Leven en dood zijn erg tijdelijk, dus waarom raakte ik verstoord door dit te zien? En hoe kwamen deze bepaalde woorden uit mijn mond?” zijn woorden waren erg speciaal. Ze hadden vier gerand’s – vier regels met hetzelfde metrum als de sloka’s in Ramanyana. Hij vroeg zich daarom af waarom deze bepaalde woorden en dit specifieke metrum uit zijn mond kwam.

Heer Brahma verscheen toen en zei, “Je zou het spel en vermaak van Heer Rama moeten opschrijven, en verzen gebruiken die in dit metrum zijn.” Valmiki antwoordde, “Hoe kan ik dat doen?” Op dat moment verscheen Narada Muni en initieerde Valmiki. Hij zei, “Je dient in samadhi op het spel en vermaak van Heer Rama te mediteren, en door bhakti zal al dat spel en vermaak zich manifesteren in je hart. Valmiki volgde deze bevelen op en, terwijl het spel en vermaak zich in zijn hart manifesteerde, begon hij het Ramayana te schrijven.

Valmiki was op hetzelfde moment als Heer Rama op de planeet. Maar voordat Rama het meeste van Zijn spel en vermaak ten uitvoer bracht had Valmiki er al over geschreven, op één na – toen Sita naar de aarde kwam. Waarom schreef hij hier niet over? Omdat hij het spel en vermaak van Rama onderwees aan Luv en Kush. Als hij ze van tevoren zou hebben verteld over wat er met Sita gebeurde, dan zouden ze erg verstoord zijn geraakt. Net zoals Vyasadeva nooit het Srimad Bhagavatam predikte, maar Sukadeva Gosvami het later over de hele wereld predikte, zo ook onderrichte Valmiki Rsi Rama-lila aan Luv en Kush.

Maharaja Dasaratha is de werkelijke vader van de Heer, geboorte na geboorte, en Kausalya is Zijn moeder. Zij zijn eeuwig de moeder en vader van Krsna in Zijn verschillende manifestaties. Yasoda en Nanda zijn niet verschillend van Dasaratha en Kausalya.

Maharaja Dasaratha begon behoorlijk oud te worden en hij maakte zich zorgen dat hij geen zoon had gekregen. Hij vroeg daarom aan zijn spirituele meester, Vasistha Rsi, om een parestha yajna te verrichten – een offerande met als doel om een zoon te verkrijgen. De helft van de kheer (zoete rijst) die was geofferd in de yajna werd aan Kausalya gegeven, een kwart werd aan Kaikeyi gegeven, en een kwart aan Sumitra.

Na verloop van tijd brachten alle koninginnen zonen ter wereld – Kausalya bracht Rama ter wereld, Kaikeyi bracht Bharata ter wereld, en Sumitra bracht Laksmana en Satrughna ter wereld. Er werd van ze gehouden, ze haalden kwajongensstreken uit, en ze gingen naar de asrama van Valmiki.
Samen met Visvamitra Rsi gingen ze naar siddha asrama en daar doodden ze twee demonen die de offerandes van de rsi’s kwamen verstoren. Hij verloste ook Ahalya, die door de vloek van haar echtgenoot in steen was veranderd. Stel, je hebt amla fruit in je handen. Je kunt het erg duidelijk zien. Evenzo zag Valmiki door de zegeningen van Narada al deze transcendentale bezigheden zo duidelijk alsof ze recht voor zijn ogen plaatsvonden.

Samen met Visvamitra en Laksmana, ging Rama naar Janakapuri voor de svayambara van Sita devi. Daar brak Hij de boog van Heer Siva die door Parasurama aan Maharaja Janaka was gegeven. Op dat moment verscheen Parasurama en legde alle woede die in zijn hart zat aan de dag. Toen Rama de boog zonder enige moeite spande, begreep Parasurama toen dat Heer Rama de amsi was, de eigenlijke bron waaruit hij zelf was gemanifesteerd. Heer Rama zei tegen hem, “Nu dat deze boog in Mijn handen is, moet Ik iets doden– jou of de woede die in zich in je hart bevindt. Voorheen moest hij wel kwaad zijn teneinde alle demonische koningen die over de aarde heersten te doden. Nu was dat werk gedaan en daarom zei Rama, “Ik zou die woede binnenin jou moeten doden.” Parasurama bad, “Neem alstublieft de woede die in mijn hart zit weg.” Nadat Heer Rama het weg had genomen, veranderde hij in een rishi en daarna verrichtte hij vele soorten matiging. Heer Rama en Sita Devi werden toen gehuwd en gingen terug naar Ayodhya.

Er is een geheime betekenis achter de transcendentale bezigheid van Koningin Kaikeyi die haar twee zegeningen vroeg aan Maharaja Dasaratha. Kaikeyi was niet wreed. Ze hield meer van Sri
Rama dan dat ze van Bharata hield. Toen Rama een jonge jongen was, zat Hij op schoot bij Moeder Kaikeyi en verzocht, “Ik wil u iets vragen. Wanneer Ik opgroei en terugkeer van Mijn huwelijk, zal Mijn vader overwegen om dit koninkrijk aan Mij te geven. Ik wil dat u hem vraagt het koninkrijk aan Bharata te geven, en Mij voor veertien jaar naar het woud te sturen.” Toen ze dit hoorde, viel Kaikeyi flauw. Toen ze weer bij haar positieven kwam zei ze, “Ik kan zoiets wreeds niet doen.” Maar toen zei Heer Rama, “Ten bate van de hele wereld zul je dit moeten doen.” Dus stemde Kaikeyi in.

Er is een ander belangrijk punt in dit verband. Toen Koning Dasaratha met Kausalya trouwde, kreeg hij geen zonen van haar. Hij trouwde vervolgens met nog 360 koninginnen, maar nog steeds was er geen zoon. Op een dag, toen hij buiten in het bos was om op wouddieren te jagen, reisde hij helemaal tot aan de grens van Afghanistan. Hij was erg moe en ging daarom op bezoek bij zijn vriend Maharaja Kaikeya, de koning van die gehele regio. Maharaja Kaikeya gaf zijn dochter de opdracht om voor de koning te zorgen. Erg geplezierd door haar dienst, vroeg Maharaja Dasaratha hem de volgende dag of hij mocht trouwen met zijn dochter, Kaikeyi. De koning zei, “Ja, je kunt met haar trouwen, maar op één voorwaarde. Als ze een zoon krijgt, dan zal die zoon de koning van je hele koninkrijk worden.” Maharaja Dasaratha antwoordde, “Er is niets wat me meer plezier zal doen. Ik heb geen zoon, dus als ze een zoon krijgt zal ik erg blij zijn om mijn hele koninkrijk aan hem te geven.” Dit was een andere reden waarom Bharata koning werd in plaats van Rama.

Er is nóg een andere reden. Op een dag kwam Bharata’s oom van moeders kant en verzocht Bharata en Satrugna om hem te voor een paar dagen te vergezellen. Ondertussen kwam Rama Navami– de verschijningsdag van Sri Rama. Op deze dag vond de viering van Zijn verschijning plaats, en Zijn huwelijk vond ook plaats. Op de dag ervoor had Maharaja Dasaratha aan Vasistha verteld dat hij zijn koninkrijk aan Rama zou willen geven en hem Yuvaraja zou willen maken. Rama zou alle plichten van Maharaja Dasaratha vervullend in zijn afwezigheid, en nadat hij de wereld zou verlaten, zou Rama de koning worden. Iedereen was erg blij om dit te horen. Vasistha zei, “Morgen, op Rama Navami, zullen alle planetaire posities erg gunstig zijn. Je zou hem de heilige initiatie moeten geven morgen.” Er was geen tijd om met Bharata en Satrugna te praten. Ook dacht Maharaja Dasaratha, “Ik heb al beloofd dat ik mijn koninkrijk aan Bharata zal geven. Dus hoe, ten overstaan van hem, kan ik het aan Sri Rama geven?”

Toen Kaikeyi het nieuws van Rama’s kroning hoorde was ze erg tevreden, en gaf ze haar bloemenketting aan haar dienstmeisje, Mantara. Door de invloed van de halfgoden en omdat Rama Zijn spel en vermaak moest verrichten, werd Mantara’s geest kwaadwillig. Ze zei tegen Kaikeyi, “Hoe kunt u zo dwaas zijn? Als Rama de koning wordt, zal Bharata een dienaar worden, en u zult een dienstmeisje worden. Voor de rest van uw leven zult u Kausalya en Sri Rama moeten dienen.” Aanvankelijk verzette Kaikeyi zich en was niet beïnvloed door Mantara’s woorden. Maar toen herinnerde ze zich het verzoek dat Sri Rama’s aan haar maakte in Zijn jeugd – dat ze Maharaja Dasaratha zou moeten vragen om Hem naar het woud te sturen. dit herinnerend, maakte ze haar hart erg hard. Daarna ging ze naar Maharaja Dasaratha en vroeg hem om haar twee zegeningen. Maharaja Dasaratha viel flauw. Toen Heer Rama hoorde wat er was gebeurd was Hij erg tevreden dat Moeder Kaikeyi gedaan had wat Hij haar gevraagd had. Hij kwam naar Maharaja Dasaratha en Koningin Kaikeyi en zei beval Hem om naar het woud te gaan, zeggend dat dit ook het verlangen was van Maharaja Dasaratha.

Toen Rama verbannen was en in Chitrakuta verbleef, ging Bharata, vergezeld door vele onderdanen, daarheen om Hem te verzoeken terug te keren naar Ayodhya. Onderweg om Rama te zien, kwamen ze ook langs Baradvaja Rsi’s asrama. Bharadvaja verzocht Bharata, “Alstublieft, wees onze gasten hier voor een dag. Je zou moeten rusten en prasada nemen.” Maar Bharata antwoordde dat hij met lakhs aan mensen was gekomen. Bijna de hele bevolking van Ayodhya is met me meegekomen. Hoe zouden ze allemaal in uw asrama kunnen passen?” Maar Bharadraj zei, “Geef me alstublief een kans om u te dienen.” Door zijn mystieke kracht manifesteerde Bharadraj een complete stad, die groter en weelderiger was dan Ayodhya. Voor ieder van de koninginnen was er een raj-bhavan. Er waren zoveel soorten voedsel en bereidingen – net zoals anakuta. Bergen prasada werden gecreëerd en iedereen werd gediend.

Kaikeyi ging ook naar Rama en zei, “Ik was degene die gevraagd had om de zegening dat je verbannen zou worden naar het woud. Aangezien ik degene was die je vroeg om te gaan, neem ik het nu terug. Nu vraag ik je om terug te komen.” Heer Rama antwoordde, “Nee, het bevel kwam niet alleen van u. U en vader vroegen het allebei samen. Vader is hier niet meer, en u bent slechts de helft, vijftig procent. Ik weet niet of het zijn verlangen is of niet. Dus Ik kan niet teruggaan.”

Er werd een bijeenkomst gehouden waarin Maharaja Janaka met Bharata sprak. Janaka Maharaja beschreef de betekenis van prema. Hij zei dat ware liefde is om te begrijpen wat de geliefde tevredenstemt. Janaka zei, “Als het Heer Rama’s verlangen is om daar te blijven, dan is het beter om te volgen wat Hij wil, en niet om jouw verlangen aan Hem op te dringen.”

Rama, Laksmana, en Sita devi reisden toen naar Chitrakuta. Daar verrichtte Rama jalanjali, het offeren van water aan de voorouders. Eigenlijk was Maharaja Dasaratha nooit gestorven, dus uiteindelijk was het zinloos voor Hem om dit te doen. Echter, aangezien Hij narvata-lila, mensachtige spel en vermaak, aan het verrichten was, offerde Hij het water.

Sita en Rama gingen naar de asrama van Anasuya, die Sita een speciale ‘anga vastra’ gaf dat zelfs als ze niet zou eten, haar lichaam nooit achteruit zou gaan. Dat is waarom, toen ze bij Ravana’s plek was, hoewel ze een heel jaar lang nooit voedsel at dat door Ravana werd gegeven, haar lichaam nooit afnam. Anasuya was de vrouw van Atri Muni die grote matigingen had verricht. Door deze matigingen waren Brahma, Visnu en Mahesh allemaal verschenen. Ze maakte dat ze haar kleine kinderen werden, en al hun vrouwen kwamen naar haar met het verzoek ze alstublieft te laten gaan.

Agastya Rsi gaf Rama de boog waarmee Hij Ravana doodde. Daarna kwam Surpanaka en Laksmana sneed haar neus af. Daarna doodde Rama Kara en Dusha. Kara betekent ‘ezel’. Vervolgens doodde Hij een demon genaamd Trisura. Ravana kwam toen om Surpanaka’s eerverlies te wreken. Hij ontvoerde Sita, Rama doodde Maricha, ze ontmoetten Sabari, en daarna ontmoetten ze Hanuman bij Kishkinda. Hanuman verscheen eerst voor Hen in de gedaante van een brahmana, om te testen of ze echt Rama en Laksmana waren. Later, bij Rsimukha Parvat Heuvel ontmoette Sugriva Heer Rama en ze sloten daar een bestand van vriendschap. Nadat Sugriva had uitgelegd wat Bali hem had aangedaan, doodde Heer Rama Bali.

No comments yet.

Leave a Reply